Betaling van genoten vakantiedagen nadat verplichting tot loondoorbetaling tijdens ziekte is geƫindigd

Een werknemer die langer ziek was dan 104 weken en om die reden geen recht meer had op loon, had wel recht op loon gedurende de vakantiedagen die hij in die periode wenste op te nemen.



Bij een glaszettersbedrijf werkte sinds 2005 een glaszetter, die in augustus 2013 ziek uitviel. In augustus 2015 eindigde de verplichting van de werkgever tot doorbetaling van loon tijdens ziekte wegens het bereiken van de maximale duur van 104 weken. De glaszetter komt dan niet in aanmerking voor een WIA-uitkering en aan hem wordt een WW-uitkering toegekend. De glaszetter vraagt daarna om vergoeding van niet opgenomen vakantiedagen, maar dat wordt door de werkgever geweigerd. Daarop besluit de glaszetter om de vakantiedagen op te nemen en hij vordert vervolgens loon over de wel opgenomen vakantiedagen. Ook dat wordt door de werkgever echter geweigerd met als argument dat de maximale periode van 104 weken waarin de werkgever tot doorbetaling van loon tijdens ziekte verplicht is, is verstreken. Per 1 februari 2017 zegt de glaszetter de arbeidsovereenkomst op. Kennelijk betaalt de werkgever de vakantiedagen ook dan nog niet uit, want in juli 2017 start de glaszetter een procedure bij de kantonrechter, waarin hij betaling van het loon gedurende de opgenomen vakantiedagen vordert.

De kantonrechter wijst de vordering van de glaszetter toe. Hij overweegt daartoe dat de werknemer volgens de wet tijdens zijn vakantie recht heeft op loon. Dat dit ook geldt voor de langdurig arbeidsongeschikte werknemer leidt de kantonrechter af uit de wetsgeschiedenis, waarin is gesteld dat vakantie ook voor arbeidsongeschikte werknemers een herstelfunctie heeft en dat arbeidsongeschikte werknemers daartoe vrij moeten kunnen worden gesteld van de verplichting tot het verrichten van passende arbeid en van andere re-integratieverplichtingen. Ook wijst de kantonrechter op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgens welke uit de Europese Arbeidstijdenrichtlijn voortvloeit dat de betaling van loon tijdens vakantie vergelijkbaar moet zijn met de betaling van loon tijdens gewerkte periodes. De kantonrechter is daarom van mening dat het eindigen van de verplichting tot doorbetaling van loon tijdens ziekte niet in de weg staat aan de verplichting tot doorbetaling van loon tijdens vakantie.

Bron:Kantoor Mr. van Zijl